Wat is Treibball?

Bij treibball is het de bedoeling dat de hond maximaal acht grote, felgekleurde, lichtgewicht plastic ballen naar een doel drijft. Hij doet dat op jouw aanwijzingen, door er tegenaan te duwen.

Waarom Treibball?

Treibball is echt plezier voor twee. Deze sport is bedacht door Jan Nijboer, een Nederlander die in Duitsland woont. In Duitsland is de sport inmiddels populair en bekender dan bij ons, maar ook in Nederland ontdekken steeds meer mensen hoe leuk treibball is. Bij treibball liggen maximaal acht grote ballen (het aantal is afhankelijk van het niveau van de hond) in een driehoek op een groot veld. Het is de bedoeling dat de hond, op aanwijzingen van de handler, zo snel mogelijk (binnen tien minuten) alle ballen in de goal drijft. De baas mag gebruik maken van zijn stem, handgebaren of fluitsignalen om de hond aanwijzingen te geven. De hond gebruikt zijn kop en lichaam, of soms ook zijn poten (niet zijn tanden!) om de ballen de goede richting in te krijgen. Een veld vol vrolijk gekleurde ballen, blije honden en het feit dat elke ‘outrun’ (ronde) maximaal tien minuten duurt, zorgen ervoor dat deze hondensport dynamisch is en ontzettend leuk om naar te kijken. Maar nog leuker is het om samen met jouw hond aan treibball te doen.

Voor wie is Treibball geschikt?

Veel mensen denken dat treibball vooral geschikt is voor veedrijvers en schapenhoeders maar dat is niet het geval. Elke hond die wil samenwerken met zijn baas, kan aan treibball doen. Het leuke van treibball is dat het nauwelijks belastend is voor de hond. Daarom is deze sport geschikt voor jonge of juist oude honden en kunnen ook honden met een lichamelijke beperking hun hart ophalen aan treibball.

Wat heb je nodig voor Treibball?

Ten eerste een hond die graag met zijn baas samenwerkt en een goede instructie bij de kynologenclub die treibball in het pakket heeft. Daarnaast heb je een flink veld nodig en ‘gewone’ gym- of fitnessballen. De maat van de bal is afhankelijk van het formaat van je hond. Het beste is het als de bal (iets) hoger is dan jouw hond. Vraag bij aankoop wel even goed na of de bal (je begint te trainen met één bal) ‘anti-burst’ is. Als hij kapotgaat, mag hij niet als een ballon uiteenknallen maar moet hij langzaam leeglopen.

Bron: Raad Van Beheer Op Kynologisch Gebied